skip to Main Content

De kleuren van de Yorkshire terrier

 

Door Keurmeester en Yorkshire Terrier Rasspecialist Luciënne van Beveren

 

Om dit goed te begrijpen moeten we beginnen met de geschiedenis van het ras te bestuderen.

Foto 1 Midden 19e eeuw, bij de industriële revolutie zakten de Schotse bevolking uit de streek van Paisley en de Clyde rivier af naar de streek van Manchester om er in de wolindustrie te gaan werken,

Foto 2 ze namen hun Paisley en Clydesdale Terriers mee. Dezen leken op kleine Sky Terriers maar met de kleuren van wat later de Yorkshire Terrier zou worden genoemd.

Foto 3 Ter plaatse werden hun hondjes gekruist met andere plaatselijke rassen en door strenge selectie en vaak inteelt ontstond de “Yorkshire Terrier”.Er bestond toen nog geen rasvereniging of officiële standaard maar wel hadden ze reeds een “selectie criteria” waaraan deze hondjes moesten voldoen.

Foto 4 Hierin was er sprake van de kleur “bright blue” (helder blauw) en alles wat te donker van kleur was werd uit de fok verbannen.

Foto 5 Enkele jaren later ontdekte de Londense bourgoisie deze hondjes en wilden er allemaal zo eentje en begonnen er zelf te fokken. Maar wat konden ze in het noorden kopen ? Jawel, alles wat deze fokkers kwijt wilden en met name alle hondjes die te donker van kleur waren en dus niet aan hun vereisten voldeden.

Foto 6 Eind 19e eeuw verscheen in de toenmalige pers een artikel geschreven door ene Mr Randall uit Londen die schreef dat ze in het zuiden betere hondjes hadden want donkerder van kleur waarop iemand uit het noorden recht op antwoord eiste en schreef dat de correcte kleur wel degelijk “ helder blauw” moest zijn.
Nu was het wel die Londense bourgoisie die de tijd, het geld en de administratieve kennis hadden om de eerste Yorkshire Terrier Club op te richten en dus de eerste officiële ras standaard op te stellen.
(Die zelfde Mr Randall werd de eerste secretaris van de club.)
Zij gebruikten hun honden als voorbeeld en veranderden in de Standaard de woorden “bright blue” in “dark steel blue” !

Foto  7 In de jaren 1930 tot ‘60 waren er in Engeland twee leiding gevende kennels.
In het noorden op de grens van Schotland Mrs Crookshank met als kennelnaam “Johnstounburn” haar hondjes waren klein en licht blauw van kleur.
In het zuiden, nabij Londen, fokte Mrs Swan  onder de kennelnaam “Invincia” grotere Yorkies die merkelijk donkerder van kleur waren.

 

Studie Yorkshire Terrier Rasstandaard

Laten we nu even de Standaard verder lezen, dan staat er : “dark steel blue … never mingled with fawn, bronze or dark hairs” ( donker staal blauw … nooit vermengd met rosse, bronskleurige of donkere haren) .
Het woord “staal” is gebruikt om weer te geven dat de vacht moet glanzen, licht weerkaatsen.
Zwart is verstoken van licht, of onbekwaam om licht te weerkaatsen.
De vacht zou er moeten uitzien als satijn, een zachte glanzende zijde textuur. Een vacht welke geen gepolierde glanzende oppervlakte heeft is geen zijden vacht. Het kan geen licht weerkaatsen, essentieel    voorwaarde voor de zichtbaar glanzende metalen kleur van de Yorkshire Terrier.
De blauwe kleur moet dus glanzen met een metalen schijn.
De blauwe kleur mag niet vermengd zijn met ros, brons (bruin, geel) of zwart (niet bekwaam licht te weerkaatsen) of zo donker zijn dat men deze kleuren niet kan onderscheiden.
Als men niet meer kan zien dat er donkere haren tussen het blauw zitten dan is de vacht toch TE donker , niet ?
Anderzijds kan men misleid worden door het niet erg logisch te noemen feit dat er eerst staat “dark steel blue” en verder “… never mingled with dark hairs” ! Men had in deze laatste opmerking beter het woord “zwart” gebruikt.
Wat zijn de voor- en nadelen van een te donkere (zwarte) of te lichte (zilveren) vacht kleur ?
Een Yorkshire Terrier met een te donkere, zeg maar zwarte vacht, heeft een wollige vachttextuur.  Daarbij komt dat de kleur zwart genetisch dominant is tegenover alle andere kleuren. De hond kan wel drager zijn van het recessieve “dilution” gen. Maar men heeft hier geen enkele zekerheid dat het dilution gen aanwezig is en mogelijk zou kunnen doorgegeven worden aan het nageslacht. Het tan van zulke hond zal ook nooit uitklaren tot een zuiver goud, er zullen altijd zwarte en grijze haren in vermengd zijn.
Dus kleuren fout, vachttextuur fout, geen enkele zekerheid over de genetische bagage.
Een Yorkshire Terrier met een te lichte (tot zilver) vacht heeft een echt zijden vachttextuur. Men heeft de zekerheid dat het recessieve dilution gen dubbel aanwezig is (door beide ouders doorgegeven) anders kon het niet tot uiting komen, en het dus steeds aan het nageslacht zal doorgegeven worden. Het tan zal mooi helder goudkleurig zijn.
Dus alhoewel de kleur eerder zilver dan donkerblauw is en dus fout, heeft men wel mooie correcte zijden vachttextuur en zuiver gouden tan. En kent men met zekerheid de genetische bagage wat kleur en textuur betreft.
Welke van deze honden zou u in uw fokprogramma introduceren ? Wetende dat kleur en textuur genetisch verbonden zijn en men dus geen zijden vachttextuur kan hebben zonder de kleuren blauw en tan.

Laten we het nu hebben over de kleur “tan”.
De Standaard vermeld : “Fall on head long, rich golden tan, deeper in color at sides of head, about ear roots and on the muzzle where it should be very long. Tan on head not to extend on to neck, nor must any sooty or dark hair intermingle with any of tan. “ en verder : “ Hair on chest rich, bright tan.”
Vertaald : Op het hoofd lang, met rijk gouden tan kleur, dieper in kleur aan de zijden van het hoofd, bij de ooraanzet en op de snuit, waar het zeer lang moet zijn. Het tan op het hoofd mag niet doorlopen tot aan de nek en er mogen geen zwarte of donkere haren in het tan vermengd zijn. “ en verder “ vacht op de borst rijk helder tan”
Het diepere gouden tan op de zijden van het hoofd, basis van de oren en op de snuit, zijn de plaatsen waar de tan markering reeds aanwezig was bij de geboorte. Zelf het lichtste gouden tan zou op deze plaatsen altijd een tint donkerder moeten zijn. Vaak spreekt men dan ook van “”three shaded golden tan” (drie tinten gouden tan) deze drie tinten zijn dan duidelijk waar te nemen door het verschil op deze plaatsen en de rest van het hoofd. Ook de binnenkant van de oren zou altijd van een rijk gouden tan moeten zijn. Indien op deze plaatsen het haar vermengd is met zwarte, roetige of bruine haren dan zal de overgang naar rijk gouden tan nooit gebeuren. En het hondje zal falen een blauwe tint te ontwikkelen, het beste dat kan gebeuren is dat de lichaamskleur zal overgaan in een grijs-zwarte vachtkleur.
Het tan mag niet vermengd zijn met roetige (bruin-zwarte) of zwarte haren. Haren die grijs of zwart zijn zijn geen gouden tan en vallen onder de vermelding dat er geen zwarte of donkere haren in het tan mogen vermengd zijn. Vermengde zwarte haren zijn absoluut een teken van onzuiverheid van de gouden kleur en zouden als een zeer ernstige fout moeten aanzien worden.
Heel spijtig is dat men tegenwoordig zo veel Yorkshire Terriers zien waarvan het tan niet zuiver of goudkleurig is en vooral het tan op de borst totaal ontbreekt, of nog bij wie de kleur op de poten eerder heel licht tan of zilver of roetig is. Alsook hondjes met korte haren op de snuit, terwijl er in de Standaard duidelijk staat dat het haar hier zeer lang moet zijn.

 

Lucienne Van Beveren-Guldemont

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *